Home
Hoi! Hier vind je mijn blog over mijn uitwisseling in Sydney aan de University of New South Wales.

Mijdrecht, 24 augustus 2022
Aanstaande week is het zover en zal ik op maandag 29 augustus 2022 van Schiphol vertrekken naar Sydney. De reis van bijna een etmaal wordt drie uur onderbroken in Hong Kong en brengt mij acht uur aan tijdzones verder. Na gebroken aan te zijn gekomen, zal ik zes maanden studeren en reizen in Australië.
Hoewel ik al sinds november 2021 hoop naar Sydney te gaan om te studeren – en sinds december 2021 een plekje kreeg van de UvA voor de uitwisseling – wordt het nu toch echt werkelijkheid. Er ging dan ook ontzettend veel voorbereiding aan vooraf; elke maand was er wel iets te regelen. Van een cijferlijst en een taaltoets tot het regelen van een verzekering en een visum.
Maar nu komt het toch écht dichtbij en zie ik wel voor me hoe ik over twee weken door Sydney loop en daar zo een zes maanden mag studeren, reizen en vakantie vieren.
Waarom Sydney?
De keuze voor Sydney en in het specifiek de University of New South Wales maakte ik door eerst te kijken naar alle mogelijke bestemmingen op de UvA-website. Ik besloot naar een Engelstalig land te willen, want ik hoop later in een internationale omgeving te werken waarbij ik een vreemde taal daadwerkelijk goed spreek. Wel leek mij zo een kans dermate uniek dat ik verder dan Europa wilde reizen en dus het VK en Ierland uitsloot.
Ik stelde een lijstje op met bestemmingen die mij aanspraken en ging vervolgens de landen wegstrepen. New York bood de mogelijkheid om te studeren bij een Ivy League-universiteit, Columbia University, maar – los van het kleine aantal beschikbare plekken – scheen volgens de reviews van studenten van de UvA die er studeerden, de uitwisseling zeer in het teken te staan van lange dagen leren waarbij de stad niet bepaald ontdekt kon worden. Daarom streepte ik New York weg, en ook Auckland viel af wegens de (destijds geldende) strenge covid-eisen. Dit bleek een goede keuze, want de uitwisseling met Nieuw-Zeeland werd na de aanmeldingsperiode alsnog afgelast vanwege corona.
Toen bleven nog maar twee bestemmingen over: Canada en Australië. De afweging maakte ik tussen deze steden vooral op basis van het weer. De steden Vancouver en Montréal (weliswaar Franstalig, maar toch echt aanlokkelijk) trokken aan het kortste eind, omdat een heel strenge winter mij toch minder aansprak dan kerst in mijn zwembroek aan de Australische oostkust.
De beschikbare plekken voor Australische universiteiten waren gering ten opzichte van het aantal aanmeldingen, maar vanwege het overslaan van de Nederlandse herfst en winter én dat de universiteit een top 15 law school heeft, besloot ik me toch aan te melden. Twee weken later ontving ik een mailtje dat ik van de vele aanmeldingen een van de dertig plekken kreeg om te studeren aan de University of New South Wales.
Hierna volgden een TOEFL-taaltoets, een wekenlange visa procedure waarbij ik elk land dat ik in de afgelopen tien jaar bezocht had moest opgeven, en het aanmelden voor vakken bij de universiteit. De begeleiding was goed en het vooruitzicht dat ik kreeg aangeboden was ook niet verkeerd, maar toch bleef de uitwisseling ver weg voelen.
De laatste voorbereidingen
Vandaag de dag is nog maar vijf nachtjes slapen voor ik naar Australië vlieg waar ik opgehaald zal worden door mijn relo, Marc. Het voelt spannend dat ik de voor mij bekende Roeterseilandcampus mag inwisselen voor hartje Sydney en daar op een compleet andere manier lessen zal volgen om mijn curriculum in te vullen. Bovendien ken ik praktisch niemand die gaat studeren in Australië. Gelukkig heb ik er wat familie wonen en is er een Whatsapp-groep met zo een twintig andere UvA-studenten die gaan studeren in Sydney aan de UNSW.
Mijn plannen zijn dan ook om zo veel mogelijk deel te nemen aan alle activiteiten die rondom de universiteit georganiseerd worden. Zo wil ik lid worden van in ieder geval een sportvereniging en naar de O-week (introductieweek) gaan. Verder ben ik van plan om als ober te gaan werken bij het ICC Sydney, wat een beetje de RAI van Sydney is. Hier hoop ik mijn uitwisseling deels mee te financieren en wellicht bevriend te raken met andere studenten die er werken. Los van alle cliché doelen die bij een uitwisselingen horen zoals personal growth en een werelds perspectief (bla, bla, bla), wil ik heel graag leren surfen in Australië. Daarom zal ik mij inschrijven bij de surfvereniging die verbonden is aan UNSW en kan ik hopelijk in de kerstvakantie al redelijk de golven aan.
Nu moet ik in ieder geval de laatste zaken hier regelen, zoals het inpakken van mijn koffer en van het weekend zal ik online boarden. Ook heb ik deze week nog geregeld met vrienden afgesproken, want los van de meeste familie zie ik ook hen een half jaar niet.
Sydney, 18 oktober 2022
Vlucht
Iets na de lunch op 29 augustus 2022 vloog ik vanaf Schiphol richting Australië. De eerste vlucht was zo een 11 uur naar Hong Kong. Na een korte tussenstop vloog ik nog negen uur richting Sydney, waar ik gelukkig werd opgewacht door mijn Australische relo Marc!
De lift was heel prettig, want na 24 uur gereisd te hebben was ik gesloopt.
Eerste huis
Ik had 11 nachten gereserveerd in een prettige Airbnb in South Coogee, vlak bij Coogee Beach. Van hieruit was het plan om een huis voor de lange termijn te vinden. Na een eerste dag jetlag, besloot ik boodschappen te doen en in de loop van de week allerlei klusjes te doen zoals een telefoonabonnement afsluiten, een bankrekening openen en mijn studentenkaart ophalen.
Die zaterdag op 3 september ontmoette ik mijn eerste medestudenten en zijn we gelopen van Circular Quay over de Harbour Bridge naar Northern Sydney. Helaas regende het die dag, iets wat ik – wellicht te optimistisch – niet had verwacht in Sydney voordat ik naar Australië ging. Het voordeel was daarentegen dat we de brug praktisch voor onszelf hadden. Zowel de Harbour Bridge als de Sydney Opera House konden die middag afgevinkt worden van het lijstje.


Later in de avond werd ik opgehaald door mijn Australische familie om gezellig te eten bij Marc, Ann en Ryan, waar ook Ryans beste vriend bij was. Ik ben er flink verwend en heb mogen proeven aan de Australische gastvrijheid. Hier heb ik ook Ryans huisdier mogen vasthouden, met een glimlach.

In de week erop bleef ik zoeken naar huizen en had de Orientation Week van de universiteit, de O-Week. Dit bood de gelegenheid om vele andere studenten te ontmoeten. De O-week was relatief summier, omdat het academische jaar in Australië in februari begint waardoor de O-Week in februari groter is dan in september. Gelukkig ontbrak het niet aan uitwisselingsstudenten en heb ik genoeg mensen ontmoet.
Gedurende deze week heb ik me ook ingeschreven voor allerlei Arc-clubs, dat zijn aan UNSW gelieerde verenigingen zoals interesseverenigingen. Ik besloot onder meer lid te worden van de Windsurfing Sailing and Surfing Club en de algemene activiteitenvereniging. Een van mijn doelen was uiteraard om te leren surfen in Australië.
Ook vond in de tweede week mijn online sollicitatie plaats. Ik werd aangenomen om te gaan werken als Event Wait Staff bij het ICC in Sydney, het International Convention Centre. Dit maakt het dure Sydney iets betaalbaarder.
Tweede huis
Na vele bezichtigingen had ik helaas nog geen kamer gevonden en ben ik verhuisd op zaterdag 10 september naar Roseberry, een downgrade van South Coogee. Hier kon ik een week wonen om nog maar eens te proberen een kamertje te zoeken.

Ik ben ook voor het eerst in Australië wezen surfen bij Maroubra Beach. Dat bleek bijzonder moeilijk te zijn en binnen een minuut of tien was ik buiten adem. Wel scheen dit een goede manier te zijn om snel veel andere studenten te leren kennen. Het weer was goed zonnig en de golven waren beginnersvriendelijk.


Vanaf mijn derde week startte mijn studie en volgde ik de vakken Microeconomics I en Capital Markets & Institutions. De vakken zijn anders opgebouwd dan vakken in het algemeen in Nederland zijn opgebouwd. Zo is class participation, het meedoen tijdens werkgroepen door huiswerkvragen te beantwoorden, hier 10- en soms 20% van het eindcijfer. Vaak is het in Nederland enkel het tentamen dat je eindcijfer voor een vak bepaalt, en soms komt daar een groepsopdracht of schrijfopdracht bij.
Maar ondanks de verschillen was ik blij met de keuze om vakken buiten het rechtencurriculum te studeren.
Naast het studeren begon ook mijn eerste inwerkdag bij het ICC waarbij van alles over het evenementencentrum verteld werd. Zo werd er verteld wat voor evenementen er georganiseerd zouden worden, wanneer je de beveiliging inschakelt en over eventuele veiligheidsmaatregelen bij onder meer brand.
Werken als ober in een horecazaak vereist tevens een Responsible Service of Alcohol (RSA). Dit is een certificaat dat bewijst dat je op de hoogte bent van de geldende regels in de deelstaat. In mijn geval heb ik de benodigde RSA voor New South Wales behaald en mocht ik wettelijk beginnen als ober.
Ook vanuit mijn nieuwe huis in Roseberry slaagde ik er niet in om een appartement te vinden. Ik besloot daarom maar naar een commerciële accommodatie te gaan en woon nu in Haymarket, een leuke wijk vlak naast het centraal station en het zakendistrict. Daar woon ik op de 13e verdieping met een leuk uitzicht op de grote kantoren en gebouwen.

Verder stond er nog één introfeestje op de planning, dat was geregeld door een ouderejaarsstudent, Evan, zelf. Van ongeveer 6 uur ’s avonds, toen het net donker werd en flink regende, voeren we op een overdekte boot drie uur lang door de haven van Sydney met prachtig uitzicht op de Sydney Opera House. Dit bood mooi de gelegenheid studenten te ontmoeten, want er kwamen zo een negentig studenten van allerlei nationaliteiten op af. Na het onbeperkte bier achter de kiezen te hebben, was het tijd om naar buiten te gaan en te lopen richting de Ivy, een grote nachtclub. Ondanks de stromende regen was het uitzicht tijdens de boottocht zeker de moeite waard.



Wonen in Sydney
De twee weken die volgden werden ingevuld door studeren en leuke activiteiten. Zo heb ik de AFL, de Australian Football League (rugby-achtig), Grand Final gekeken in een pub. De video geeft een impressie. Verder ben ik met een studievereniging wezen boulderen, wat op zich niet typisch een Australisch uitje is, maar wel gezellig en leuk!


Ook ben ik voor het eerst buiten Sydney geweest deze week. Met andere studenten bezocht ik de Blue Mountains. Het was voor het eerst mooi weer in een lange tijd. Dat mooie weer dat ik hoopte te vinden in Sydney laat nog op zich wachten.
Vroeg in de ochtend, rond half acht, waren twee Duitse studenten en ik op het perron met koffie in de hand wakker aan het worden terwijl we wachtten op de trein. Met twee uur waren we aangekomen in Katoomba, een klein stadje gelegen in de Blue Mountains. Na eten en drinken te hebben gekocht, vertrokken we naar de wandelroutes voor die dag. Het waren vrij pittige routes, waaronder een afdaling van 801 treden, die vrij glad was. Gelukkig was het nauwelijks druk en hadden we vaker wel dan niet het tropische woud voor onszelf. De routes hadden meerdere uitzichtpunten die werden bezocht en vergezeld met veel ge-‘wow’, en uiteraard namen we tal van foto’s. Ondanks het cliché, doen de foto’s en het filmpje geen eer aan het uitzicht.



Verder ben ik nog naar de Australian Museum geweest en de ANZAC-memorial (Australian and New Zealand Army Corps), waarbij de soldaten uit het ANZAC die dienden in de Eerste Wereldoorlog, maar ook daarvoor en erna, worden herdacht. Het Australian Museum liet zien wat voor bizarre beesten in Australië leven, zoals allerlei vogels en slangen, maar ook de dieren die in de Australische geschiedenis leefden zoals dinosaurussen en buideldieren.




Op de zaterdag van die week bezocht ik de Royal Randwick Racecourse en heb ik de paardenraces bijgewoond. Op straat in Sydney loopt iedereen er casual bij; pakken zie je er nauwelijks. Maar voor de paardenraces worden gaan de pakken aan en de hoedjes op. Omdat iedereen er eigenlijk komt om te gokken lopen de emoties wat hoog op. Het onderstaand filmpje geeft een goede impressie daarvan.
Onderhand ben ik hier in Sydney begonnen als ober en heb ik mijn eerste shift achter de bar gehad. Er werden awards uitgereikt en er waren zo een duizend gasten aanwezig in de zaal. De bar waar ik stond voorzag de gasten van onbeperkt alcohol wat ertoe leidde dat het vijf uur lang stormliep en dat zorgde voor aardig wat stress bij de teamleiders. Maar uiteindelijk was het een geslaagd evenement en rond middernacht kon ik welverdiend een biertje drinken met vrienden in het centrum.
Mijdrecht, 9 februari 2022
Het is sinds de laatste update alweer drie maanden verder. Drie dagen geleden ben ik veilig aangekomen in Nederland. Mijn tijd als student aan UNSW is de facto voorbij, omdat ik onlangs mijn laatste vak heb afgerond. Wel ben ik nog een tijdje ingeschreven en een maand langer welkom in Australië op mijn studentenvisum, maar ik heb dus besloten terug te gaan naar Nederland. Hieronder volgt een overzicht van wat ik de afgelopen tijd heb beleefd.
Naar de uni en de stad ontdekken
Met name in oktober heb ik nog een aantal keer gewerkt als ober en caissière zoals hieronder te zien. Het was vaak hard werken, maar wel met heel leuke collega’s. Helaas werd het in de weken erop toch uiteindelijk druk met de universiteit. Er waren veel opdrachten om in te leveren en vanaf eind oktober begon ook mijn derde vak aan UNSW: Class Actions and Mega-Litigation. Dit vak wordt in vier weken gegeven op de vrijdag van half tien ’s ochtends to half zes ’s middags en het college is heel interactief vergeleken met Nederlandse colleges. De hele dag zijn er discussies binnen de kleine groep studenten en daarin heb ik veel kunnen leren over de manier van class actions (grote collectieve zaken) in Australië. Erg interessant natuurlijk als rechtenstudent om te leren over buitenlandse rechtssystemen!

Andere groepsopdrachten voor Capital Markets and Institutions en Class Actions and Mega-Litigationhebben we als groepen ook met goed gevolg afgerond. Dat was tevens een leuke manier om Australische medestudenten te leren kennen. Verder had ik in de laatste week van november twee examens en in de eerste week van december moest ik mijn essay inleveren voor het vak Class Actions and Mega-Litigation waardoor ik ook toen druk was, maar uiteindelijk bleek dat ik alle drie de vakken gehaald heb.
Na mijn examens ben ik met mijn Duitse vrienden gaan eten bij een leuk restaurant, Bondi Icebergs, dat fantastisch uitzicht had op Bondi Beach.

Met hen ben ik ook naar de Sydney Fish Market geweest een week later. Dit is de op twee na grootste vismarkt ter wereld en een goede plek om voordelig de (kennelijk) befaamde Sydney Rock Oyster te proberen. Omdat de foto’s er niet om liegen, hierbij drie foto’s die de kwaliteit van de oesters bevestigen.



Tevens ben ik nog eerder, in de eerste week van november, naar een voorronde van de ICC Men’s T20 World Cup gegaan waarin gekwalificeerde landen strijden in cricket om de wereldtitel. Hier was toen een wedstrijd gaande tussen Engeland en Sri Lanka, waarin Engeland op het nippertje won met vier wickets verschil. De sfeer was erg gemoedelijk in de Sydney Cricket Ground en het was bijzonder vermakelijk om te kijken, ondanks dat ik pas een uurtje van tevoren de regels op had gezocht. Ter plekke kreeg ik de regels nog eens te horen van een vriend en toen kon het beginnen. Uiteindelijk won Engeland ook de finale.
Hunter Valley: fanatiek wijn proeven
In december op de tweede maandag, de week na mijn essay, ben ik met de ouderejaarsstudent die het bootfeest geregeld had, Evan, en twee van zijn vrienden naar de bekende Australische wijnstreek gegaan voor een wijntoer in de prachtige Hunter Valley. De wijnstreek is vooral bekend om de semillon en shiraz. Verder zijn er zo een 150 wijnhuizen.

Het was er ontzettend lekker weer en hoewel we tien minuten te laat aankwamen, konden we nog bij de eerste van drie wijnhuizen aanschuiven. De groep was vrij klein en bestond uit Britten, Zwitsers en ons en na 19 wijntjes kon iedereen het erg goed vinden met elkaar. De eerste stop had een wijnproeverij aangevuld met een kaasproeverij voor elke wijn. Hier ligt het bord nog halfvol. De kaas was ook lokaal, omdat er veel boerderijen in de streek liggen.

Bij de tweede en derde proeverijen heb ik geen foto’s meer gemaakt en was ik iets verzonken in mijn wijnervaring. Uiteraard heb ik ook enkele wijnen gekocht. Nadat de wijntoer was afgelopen – en wij nog aardig wat moesten rijden naar de Airbnb – kregen wij gelukkig een lift aangeboden van de toergids en kwamen wij veilig aan. Het bevond zich heel afgelegen in de bush en onderweg zag ik dan eindelijk mijn eerste kangoeroes en wallaby’s. De lange rit was het zeker waard, omdat we aankwamen bij een onlangs gebouwde chique hut met dit uitzicht. Na heerlijk te hebben gegeten en een van de wijnen op te hebben kwam de dag ten einde. Op dinsdag werden we wakker voor het mooie uitzicht dat hieronder te vinden is. Die middag reden we naar de Hunter Valley Gardens en aten we nog wat in de omgeving. Op de paar foto’s hieronder is alles van de dagen te zien.



De oostkust-road trip

En nog een dag later kwamen mijn ouders aan in Sydney. Het was heel prettig om hen weer te zien na drie maanden. Met een boodschappentas wachtte ik ze op vergezeld door Marc. Na aangekomen te zijn bij hun eerste bestemming, was het voor hun tijd om toe te geven aan jetlag. Dus ik ging op pad naar Vodafone in de hitte om hun sim-kaarten te activeren.
Nadat ze die jetlag vrij snel overwonnen besloten we een aantal keer de stad in te gaan en uiteraard nam ik hen eerst mee naar de Sydney Opera House en Harbour Bridge voor wat foto’s. Na wat winkelen in de stad kon onze road trip bijna van start.
Twee dagen later werd ik na een korte nacht opgehaald in een grote Toyota door mijn ouders en vertrokken we naar de Blue Mountains als begin van onze road trip die rondom Airlie Beach zou eindigen. Na een rit van twee uur door het chaotische wegennetwerk van Sydney kwamen wij aan bij ons huisje. Voor drie nachten hadden we een leuk huis in Katoomba van waaruit we een klein stukje reden naar de rand van het stadje om twee keer te hiken. Ondanks dat ik er al geweest was, blijft het er heel erg mooi. En we liepen beide keren over een ander pad zodat ik toch weer wat nieuws te zien kreeg. Maar in zo een uitgestrekt gebied is dat ook niet gek. Wel was het ’s avonds erg fris in het bergachtige dorpje, zo rond de 15 graden. Vergeleken met Sydney, wat maar zo een twee uur verderop ligt, is het een heel ander dorpje: een combinatie van landelijke mensen en hippie’s.


Na drie nachten te hebben geslapen in Katoomba was het tijd voor de volgende rit. We vertrokken naar onze ‘cabin’ vlakbij het landelijke Armidale. Onderweg kwamen we door enkele stadjes en reden we door prachtige landschappen waarvan hieronder ook enkele foto’s. Onze woning stond op het land van een recreatieve boer en hij had wat schapen en runderen. Verder kregen we een mandje verse eieren bij aankomst dankzij enkele kippen die hij had. In de omgeving was het een en ander te zien zoals musea en watervallen. Het lokale Aboriginal museum was helaas gesloten dus gingen we naar het lokale kunstmuseum. Er hingen een paar mooie werken, maar voor de moderne en politieke kunst miste ik creatieve visie. Verder bezochten we een indrukwekkende waterval waar een leuke hike aan vooraf ging. Enkele foto’s daarvan zijn hier te zien.


Toen we wegreden van onze cabin realiseerde ik me dat ik mijn paspoort niet meer had. Vervelend natuurlijk en ik was bang dat het een probleem zou worden tijdens onze terugvlucht van Mackay Airport naar Sydney. Gelukkig bleek deze te liggen in de vorige woning en de host stuurde mijn paspoort naar Sydney. (Ik had voor de terugvlucht uiteindelijk genoeg aan mijn ID-kaart gezien het een binnenlandse vlucht is.) Maar wel of geen paspoort, we reden verder naar onze volgende, tropische bestemming: Cootharaba. Dit was een plaatsje twee uur boven Brisbane en in een tropische omgeving. We hadden hier vier nachten en tijdens de tweede volle dag, op Eerste Kerstdag, landde Sander op Brisbane Airport. Het was uiteraard ook heel prettig om hem na een kleine vier maanden weer te zien! We ontbeten dan ook op Tweede Kerstdag weer fijn gezamenlijk. In de omgeving waren ook de Noosa Everglades. Australië claimt dat het een van de twee everglades ter wereld is; Amerika stelt dat er maar één zo een gebied is, in Florida. Hoe dan ook zijn we natuurlijk gaan kijken bij de Everglades met zijn allen en het was een mooie omgeving. De dag erop gingen wij naar de bekendste dierentuin van Australië en dat is natuurlijk die van de familie van Steve Irwin, de Australia Zoo. Wie hem niet (meer) kent, hier een filmpje. Het was de mooiste dierentuin die ik heb bezocht en het bood een leuke manier om de kangoeroes en wallaby’s van dichtbij te zien. Ook zag ik de koala’s voor het eerst en kon je daar heel dichtbij komen. Verder waren er natuurlijk aardig wat krokodillen, slangen en wombats.





Vanaf ons verblijf in Cootharaba reden we door naar het noorden, met een tussenstop in Rockhampton van één nacht. Daarna reden we door naar Cannonvale, net boven Airlie Beach in de tropen. Hier was het een aangename 32 graden met veel zon. De rit erheen bracht ons al langs de prachtige stranden. We verbleven bij het gebied genaamd ‘The Whitsundays’. Hier is op sommige delen het witste zand ter wereld. Op oudejaarsdag hadden we een boottocht gepland staan, die helaas de dag van tevoren werd afgezegd door het bedrijf. Gelukkig was er nog plek bij een andere toerboot. Op oudejaarsdag was het lekker warm, echter, het was ook flink aan het regenen. De drie heel vriendelijke toergidsen verwachtten dat als we de baai verlieten het wel eens zonnig zou kunnen zijn. Uiteindelijk bleken zij gelijk te hebben en hadden we prachtig weer: zon, wat wolkjes en 30+ graden. De bootreis naar de bestemmingen was al heel mooi op zich. Ook hadden we een lekkere barbecue bij Whitehaven Beach waar een varaan rondliep. Toch weer wat wildlife gezien. Op het strand konden we natuurlijk ontspannen, maar zodra we de zee in wilden, moesten we een stinger suit aan vanwege de Box Jellyfish. Deze dodelijke kwal dobbert er namelijk rond. Daarna vertrokken we (volgens de toergidsen althans) naar een van de meest gefotografeerde plekken van Australië. Hier hadden we prachtig uitzicht over de stranden, de zee en de eilanden. Daarvoor moesten we eerst een klein stukje wandelen, maar dit was het zeker waard. Na een dag lang varen, wandelen en zwemmen waren we vroeg moe terwijl het oudejaarsdag was. Ondanks deze afwijkende invulling was het een super oudejaarsdag.





Op nieuwjaarsdag bezochten we nog even het naburige dorpje Airlie Beach met vele winkeltjes en toeristische activiteiten, waarvandaan ook onze boot vertrok.
De dag erop vlogen we van Mackay Airport naar Sydney en daar bleven mijn ouders en broer leuk nog een week. Uiteraard lieten we Sander ook de Harbour Bridge en Opera House zien. Verder kon ik ook eindelijk mijn verjaardagscadeau aan mijn vader geven door met zijn vieren een drankje te doen in Bar 83, in de Sydney Tower. Deze is hieronder te zien en dit is de hoogste bar van Sydney op de 83e verdieping. De wijn, cocktails en mocktails, maar ook de hapjes waren heerlijk en het uitzicht was indrukwekkend.


Op de een na laatste dag gingen we nog een keer naar de Blue Mountains vanuit Sydney. Ook wilden we er graag met Sander heen. Dit was wederom mooi en we zagen weer nieuwe delen van de Blue Mountains. Na een week doorgebracht te hebben met de familie, gingen ze weer naar huis.

Ik had nog twee weken vrij in Sydney voordat de universiteit weer begon. Ik besloot om naar Watsons Bay te gaan. Een pittoresk gedeelte van Sydney boven een dure wijk. Hier kwam ik langs geinige strandjes en mooie uitzichtpunten over de zee. Ook de opvallende vuurtoren van Watsons Bay heb ik gezien. De dag erna besloot ik met twee vrienden de toeristische Bondi to Coogee Coastal Walk te doen. Het was een wandeling die begon in Bondi Beach, waar we eerst weer aten bij het leuke restaurant Bondi Icebergs. Daarna liepen we 6 km over kliffen en langs verschillende kleine stranden van Sydney. Het was erg warm weer en de uitzichten waren het zeker waard.





Kangoeroes en kiwi’s
De weken erop vond binnen zeven werkdagen een laatste vak plaats en was ik helaas ook ziek. Dit was jammer, omdat ik twee dagen na afloop van het vak Sydney zou verlaten en richting Nieuw-Zeeland vertrok. Ik wilde dan ook nog met mijn vrienden afspreken, wat ik helaas allemaal moest uitstellen. Gelukkig kon dat grotendeels nog in de laatste twee dagen.

Daarna ging ik naar Nieuw-Zeeland voor een weekje. Alle groepstoeren waren al vol en wegens studies en verhuizingen kon helaas niemand mee. Ik besloot een kleine road trip door het zuidereiland te doen in mijn eentje en huurde een auto. Ik kwam ’s nachts aan in Christchurch, de grootste stad van het zuidelijke eiland, en moest helaas erg lang wachten. De logistiek was ontregeld door de overstromingen in de hoofdstad, Auckland, waardoor de wachttijd zich opstapelde bij Christchurch. De ochtend erop ging ik naar het vliegveld om mijn huurauto op te halen. ‘Helaas’ waren de kleine auto’s – waarvan ik er eentje gehuurd had online – niet meer beschikbaar. Of een grotere auto ook prima was. Uiteraard ging ik akkoord, ondanks dat ik nog nooit aan de linkerkant had gereden.

Ik had wel eerder op verschillende blogs gelezen dat het een makkelijk land was om te rijden: de wegen zijn goed en het is rustig. Dit bleek gelukkig allemaal waar en ik vertrok van Christchurch naar Kimbell, een klein dorpje waar ik een Airbnb had gehuurd. De wegen waren mooi en kronkelden door alle bergen, maar gelukkig had ik een automaat en kon ik dus genieten van de uitzichten.
Eerst reed ik nog wel even door naar Lake Tekapo waar ik het eerste indrukwekkende turquoise meer aanschouwde. Hier stond de enigszins bekende Church of the Good Shepherd prachtig voor het meer. Ook bofte ik qua weer gezien het tussen de 25 en 30 graden was en de zon sterk was. Onderweg terug naar Kimbell, voordat ik mezelf ging inchecken, stopte ik bij een pie shop. Hoewel de cuisine in Nieuw-Zeeland niet bijzonder is, staat het wel bekend om pies. Daarna kwam ik aan bij de Airbnb die landelijk was gelegen tussen de vele schapen. Het uitzicht over de heuvels was mooi, zeker wanneer ’s ochtends de zon opkwam en achter de heuvels waren de besneeuwde bergen te zien. Het uitzicht van Nieuw-Zeeland wende echter erg snel, maar het was overal prachtig.


De dag erop, op zondag, vertrok ik naar Mount Cook. De omgeving van Mount Cook was ongeveer anderhalf uur rijden door de bergen en langs een ander mooi, blauw meer. Ik heb daar een hike gedaan richting de Tasman Glacier. Hoewel de uitzichten er indrukwekkend waren, vond ik de gletsjer matig want er was vrij weinig van over: hij was grotendeels gesmolten. Zojuist heb ik opgezocht of dit klopt en dit is onjuist: het is de langste gletsjer van Nieuw-Zeeland met 29 km. Echter, de Tasman Glacier is deels gesmolten en er is een meer in de morene sinds enkele decennia. Daarom leek de gletsjer niet zo indrukwekkend als dat deze kennelijk is.


Op maandag vertrok ik naar Queenstown, een toeristische stad in de bergen waar een groot aanbod is wat betreft extreme sports. Ik stopte onderweg bij Wanaka, om wat tijd te doden in verband met mijn check-in tijd. Het was 32 graden en in het meer werd gezwommen met mooi uitzicht op de bergen erachter. Ik reed daarna door naar Queenstown en ’s avonds ging ik naar het voormalige goudstadje Arrowtown. Hier waren nog veel gebouwen bewaard gebleven uit de goudzoekerstijd en dus was er een mooi straatbeeld. Na wakker te zijn geworden de dag erop ontdekte ik Queenstown en boekte ik een skydive-vlucht. Dit was voor de dag later, woensdag, en ik ging die dag ook nog naar de stadjes in de omgeving waaronder Cromwell. Helaas werd mijn skydive tweemaal afgezegd vanwege het weer en moest ik de ervaring aan me voorbij laten gaan. Aanvankelijk wilde ik die dag verder naar het westen rijden, naar de Fox Glacier en Franz Josef Glacier, maar omdat ik al eerder gletsjers had gezien en niet elke nacht ergens anders wilde slapen besloot ik naar de stad Dunedin te gaan.



Hier kwam ik op woensdag aan en dit was een buitengewoon heuvelachtige stad. “Dunedin” is een verbastering van de Keltische naam voor “Edinburgh”. De indeling van de stad schijnt ook vrij overeen te komen. Hoewel ik Edinburgh ook bezocht had, vond ik dit persoonlijk meevallen. Ik bezocht bij aankomst het enige ‘kasteel’ van Nieuw-Zeeland. Het grote landhuis met later aangelegde tuinen heet Larnach Castle. Het is gebouwd in de eind 19e eeuw door een rijke Nieuw-Zeelander, William Larnach, en in de afgelopen jaren continue gerenoveerd.


Die avond ging ik naar de meest steile, bewoonde straat ter wereld: Baldwin Street. Er vertrok net een toerbus met toeristen en ik had de rustige straat voor mezelf. Na een derde te hebben beklommen vonden mijn kuiten het wel best. Ik liep vervolgens naar het stadscentrum en de gebouwen waren verrassend mooi: veel oude gebouwen uit de Victorian era en kort daarna. Ik bezocht de University of Otage – een van de mooiste universiteiten die ik heb gezien.


Op mijn volle dag in Dunedin ben ik naar een aantal plekken in de omgeving gegaan. Ook bezocht ik het Toitū Otago Settlers Museum. Hier werd de lokale geschiedenis van Dunedin en omstreken tentoongesteld. Het betrof zowel Maori geschiedenis als dat van kolonisten. Ook de ANZAC kwam hier uitgebreid aan bod. Het is te waarderen dat veel musea waaronder deze gratis zijn.
De dag erop reed ik terug naar Christchurch en moest ik mijn huurauto weer inleveren. Ik stopte op aanraden van mijn host uit Dunedin bij de Moeraki Boulders. Dit zijn grote keien die eigenaardig rond zijn. In Christchurch aangekomen leverde ik de auto de auto in met ruim 2100 extra kilometer op de teller. Ik besloot na al het rijden rustig aan te doen op die dag. Op mijn laatste dag, zaterdag, besloot ik de stad te bezichtigen.


Daarvoor móest ik de Kiwi zien dus ging ik naar de dierentuin Orana Wildlife Park. Hier zag ik in een donkere ruimte wat Kiwi’s, de nationale vogel van Nieuw-Zeeland en dat zijn kennelijk nachtdieren. Ook liep ik verder door de dierentuin en zag ik wat leeuwen, apen en inheemse vogels. Maar met 32 graden door de dierentuin struinen zonder speciale dieren op het oog te hebben werd snel te heet. Ik ging dus in de middag naar Christchurch waar ik de stad verkende. Vergeleken met alles wat ik eerder zag in Nieuw-Zeeland was dit een grote stad. In enkele uren had ik het meeste wel gezien en het een en ander gekocht. Die avond ging ik terug naar mijn hotel en probeerde ik nog even te slapen voordat ik om kwart voor drie weer op stond om terug te vliegen naar Australië.


De laatste dag in Australië bracht ik door in Sydney. In de avond ging ik nog even eten en drinken met wat vrienden. Dat was erg leuk en na een korte nacht stond ik op de luchthaven van Sydney om terug te gaan naar Nederland. Ik had een korte tussenstop in Dubai. Daarna werd ik heel prettig opgehaald door mijn ouders en broer in de avond op Schiphol.